Subdoel fase 4

Ik wil weten hoe ik de actiestrategie kan bepalen.

Mogelijke actiestrategieën (meer info)

·       Je hoeft niets te doen. Uit je data blijkt dat alles goed verloopt zoals het nu is.

·       Je gaat bijsturen of je plannen bijstellen.

·       Je gaat voluit voor innovatie en iets totaal anders doen, het over een andere boeg gooien.

 

Vragen die zeker gesteld moeten worden

·        Waar staan we op dit moment (A)?        

·        Waar willen we naartoe werken op korte en op middellange termijn (B)? 

·        Hoe geraken we van A naar B?

·        Wat hebben we hiervoor nodig?

·        Wie betrekken we hierbij in een eerste en in een volgende fase?

·        Welke doelen stellen we voorop op school-, leerkracht- en leerlingenniveau?

·        Welke acties koppelen we daaraan?

·        Hoe kunnen we zien dat we de vooropgestelde doelen bereikt hebben? Welke indicatoren willen/kunnen we gebruiken om de resultaten en effecten van de ondernomen acties te meten?

 

Concreet stappenplan/enkele aandachtspunten

1 Bepaal de verbeternood (voorbeelden ter illustratie)

Met de verbeternood drukt het schoolteam de behoefte aan verbetering uit zoals die door de data worden weergegeven. 

“Wij hebben nood aan het verbeteren van … + waarom” 

Wat precies dient verbeterd te worden? 

Wat zijn de bestaande of dreigende problemen? 

Wat zijn geslaagde en niet geslaagde acties/interventies? 

Wat zijn nog niet gerealiseerde mogelijkheden? 

 

2 Bepaal de SMART-doelen

 

op lange termijn

Stel eerst lange termijndoelen voorop in plaats van te focussen op snelle resultaten. 

Met het doel op lange termijn wordt een globaal en algemeen perspectief verstaan dat wordt vastgelegd. Het geeft richting aan de acties vanuit de waarden en normen van de schoolvisie. Het dient geformuleerd te zijn volgens de gewenste situatie. Zo wordt richting gegeven aan keuzes en zo wordt vermeden dat een groot deel van de aandacht naar problemen gaat. 

Waar streven we naar op lange termijn?  

Wat is de gewenste situatie? 

Waarom gaan we doen wat we doen? 

 

op korte termijn

Vertaal het lange termijndoel in concrete doelen die in kortere termijn bereikt kunnen worden. Ze worden beschreven vanuit de visie van de school. Stel de termijn vast waarop de doelen bereikt moeten zijn. Hou rekening met haalbaarheid. 

Wat willen we binnen x aantal weken eerst bereiken, wat daarna?   

Hoe waren vorderingen op dit gebied in het verleden?

Is hieraan al eerder systematisch gewerkt en wat was het resultaat daarvan? 

Zijn er factoren die het tempo waarin de doelen bereikt kunnen worden, beïnvloeden? (Vermoeidheid of net fitheid binnen het team, een drukke schoolkalender …) 

 

3 Voorzie een doelenschaal (voorbeeld ter illustratie)

 

Een kort overzicht:

+2     het doel is bereikt 

+1     verandering in de richting van het doel 

0       de beginsituatie 

-1      achteruitgang tegenover de beginsituatie

 

Een overzicht in stappen:

  • Formuleer het doel van de schaal (punt +2) concreet zodat het over een half jaar tot een jaar nog herkenbaar is. 
  • Formuleer de uitgangssituatie (het nulpunt): wat kan, doet de school nu op dit gebied. Dit is een zeer concrete beschrijving, gekoppeld aan een situatie. 
  • Formuleer de tussenstap, ongeveer halverwege de uitgangspositie en het doel van de schaal (punt +1). Op grond van kennis en ervaring wordt een inschatting gemaakt. 
  • Formuleer een achteruitgang ten opzichte van de uitgangssituatie. Je kan hierbij denken aan een ongewenste ontwikkeling zoals het terugvallen naar een vroeger stadium. 

Eisen die aan de formulering worden gesteld: 

  • formuleer in positieve bewoordingen 
  • formuleer concreet en eenduidig