Luik B
Ik wil het voeren van een professionele dialoog inoefenen aan de hand van concrete methodieken.
Voorbeeld:
Tijdens formele en informele gesprekken wordt door de directie vastgesteld dat de samenwerking en communicatie tussen het lerarenteam en het ondersteuningsnetwerk niet verloopt zoals gewenst. De directie wil weten waarom deze samenwerking stroef verloopt en vraagt zich af of de verwachtingen van beide partijen overeenkomen. De directie verzamelt en analyseert de beschikbare data i.v.m. de samenwerking met het ondersteuningsnetwerk en maakt daarvan een aantrekkelijke visualisatie. Op de eerstvolgende personeelsvergadering worden de leden van het ondersteuningsnetwerk betrokken. De directie gebruikt de placematmethode. In gemengde groepen van vier krijgen de leerkrachten en ondersteuners de placemat en iedereen krijgt een visualisatie van de data. Iedereen noteert zijn opvattingen, meningen, percepties, ... Vervolgens lezen ze het luik van hun collega’s en gaan in gesprek. Om het doel voor ogen te houden, stelt de directeur enkele richtvragen. Op basis van de discussie en de richtvragen noteren de groepen in het midden van de placemat een conclusie.

Oefening 1: De placematmethode
Spelregels
- Verdeel je teamleden in groepjes van vier.
- Herhaal kort het doel van de oefening: met elkaar in gesprek gaan.
- Tijdens het eerste kwartier noteert elke leerkracht zijn antwoorden individueel op vragen in het eigen vakje. Let op! Er mag niet overlegd worden.
- Vervolgens draaien ze de placemat in wijzerzin zodat ze elkaars antwoorden kunnen lezen.
- Vanaf nu mag er volop overlegd worden. De resultaten van dit overleg worden in het middelste vakje genoteerd.
- Tot slot volgt een korte bespreking van de resultaten voor het volledige team en worden er algemene conclusies getrokken.
Met deze methode wordt elke leerkracht gehoord en stimuleer je de diepgang van de professionele dialoog binnen je team. Je kan bij deze oefening eventueel ook leerlingen betrekken. Zo kan je een complex probleem vanuit verschillende perspectieven bekijken.
Oefening 2: vier keer ‘waarom?’
Doorvragen kan helpen om snel bij de kern van het verhaal of probleem te komen. Bij deze oefening ga je ervaren wat er gebeurt als iemand steeds vraagt waarom iets zo is of waarom je het zo doet.
Stap 1
Kies een werkgerelateerde taak of opdracht.
Bijvoorbeeld: de leerkrachten van de eerste graad constateren dat toepassingsvragen i.v.m. meten en metend rekenen (MMR) steeds moeizamer begrepen en opgelost worden.
Er wordt gezocht naar een andere werkvorm. De leerkracht van het eerste leerjaar denkt eraan om een MMR-ontdekhoek te integreren in het wekelijkse hoekenwerk.
Stap 2
Vraag een collega om mee na te denken over die opdracht en over jouw invulling daarvan.
Stap 3
Vertel wat je opdracht of taak inhoudt en wat jouw ideeën zijn. Laat je collega minimaal vier keer vragen: “Waarom wil je het zo aanpakken?”. Geef telkens een zo uitgebreid mogelijk antwoord.
Stap 4
Als het niet meer mogelijk is om een waarom-vraag te stellen, rond je het gesprek af.
Stap 5
Praat nu samen over de kwaliteit van je idee en over de manier waarop je dat idee verder zou kunnen aanscherpen.
--> Deze techniek kan ook in groep worden toegepast, tijdens een overleg of bespreking. Door kritisch naar elkaars werk te kijken kom je weer tot nieuwe inzichten. Met waarom-vragen kom je heel snel tot de kern.
Bron: boek ‘een onderzoekende houding’, Maaike van der Herik en Arnout Schuitema.
Maak jouw eigen website met JouwWeb