Marc en zijn team verzamelen data. 

Tijdens de pedagogische studiedag is het kernteam ‘hoogbegaafdheid’ vrij geroosterd van de geplande activiteiten. Het is een beslissing van Marc die ze heel erg waarderen. Hierdoor hebben ze uitgebreid de tijd om hun tot nu toe verzamelde data grondig te bekijken en te overleggen hoe ze verder gaan.  

 

Per onderzoeksvraag worden de verzamelde gegevens overlopen. 

 

Wie zijn onze (vermoedelijk) hoogbegaafde leerlingen? 

Sander heeft een bevraging gedaan bij alle leraren van alle klassen en daarvan een oplijsting gemaakt. Het blijkt allemaal niet zo eenvoudig te zijn. Je hebt de onderpresteerders, je hebt de hoogbegaafden met attestering, ook enkele leerlingen met vermoeden van hoogbegaafdheid. Dan zijn er drie leerlingen waarvan de ouders extra uitdaging eisen maar waarvan de leraar twijfelt aan de hoogbegaafdheid. Alle info is via mail binnengekomen en Sander heeft dit netjes uitgetypt in een Word-document. 

 

 

Hoe begeleidt de school (vermoedelijk) hoogbegaafde leerlingen?  

Jitske heeft aan de bevraging van Sander enkele vragen toegevoegd, alvorens deze werd rondgestuurd naar het team. Daarin peilde ze naar de aanpak van hoogbegaafde leerlingen. De huidige aanpak is samen te vatten in vier acties:  

  1. ze krijgen extra oefeningen bovenop het reguliere schoolwerk
  2. ze worden occasioneel ingezet als hulp voor trager werkende leerlingen
  3. ze krijgen het aanbod om een leerjaar over te slaan
  4. er wordt geen bijzondere aanpak toegepast (onderpresteerders) 

 

 

Hoe kunnen we meer inzicht krijgen in de professionele begeleiding van (vermoedelijk) hoogbegaafde leerlingen? 

Bram heeft verschillende bronnen geraadpleegd: wetenschappelijke literatuur, enkele interessante websites, een aantal artikels die verschenen zijn in Klasse, een informeel gesprek met de ouders van de twee hoofbegaafde leerlingen in zijn klas en een vriend met een hoogbegaafde dochter die reeds heel wat watertjes doorzwommen hebben vooraleer ze de juiste aanpak hebben gevonden. Bram destilleert uit al deze info een aantal succescondities voor onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen: 

  1. geschikte vorming van de leerkrachten
  2. zo vroeg mogelijke screening van hoogbegaafdheid
  3. communicatie met de ouders
  4. alert zijn voor onderpresteerders
  5. aangepast onderwijs
  • versnelling van de leerstof (leerjaar overslaan of leerjaren combineren)
  • verrijking van de leerstof (compacting)
  • oprichten van een plusgroep

 

 

Alle informatie wordt met elkaar gedeeld. Dat is alvast een goed begin. Ze besluiten dat het zinvol is om nog extra data te verzamelen.  

  • binnenkort zijn er oudercontacten. Alle collega’s zullen de opdracht krijgen om de betrokken ouders op de hoogte te brengen van het lopende onderzoek naar hoogbegaafdheid en hen een enquête te bezorgen. Daarin zal gepeild worden naar de mening van de ouders over de huidige aanpak, naar het welbevinden van hun zoon/dochter en naar suggesties
  • er zal een ‘checklist met kenmerken van hoogbegaafde onderpresteerders’ bezorgd worden in alle klassen. Die kunnen de leraren gebruiken als basis voor een observatie in eigen klas
  • de betrokken leerlingen zullen gevraagd worden of ze een tekening willen maken of neer te schrijven hoe zij de huidige aanpak ervaren. De leerlingen die zichzelf niet bewust zijn van hun hoogbegaafdheid zullen informeel bevraagd worden door de eigen juf of meester.

 

Ze geven zichzelf drie weken de tijd om deze data te verzamelen. De rest van de pedagogische studiedag wordt naarstig verder gewerkt om dit allemaal vorm te geven. Daarbij stuitten ze wel op een aantal moeilijkheden. Geen van hen heeft ooit zelf een enquête opgesteld, laat staan de resultaten daarvan verwerkt. Ook vragen ze zich af hoe ze het verder concreet gaan aanpakken eens ze de verzamelde data in hun bezit hebben.